De Hawaïaanse steelgitaar bereikte India via de internationale grammofoonhandel in de jaren 1910 en 1920. Platen van Sol Hoopii en andere Hawaïaanse musici circuleerden onder stedelijke Indiase luisteraars, en Indiase musici merkten het vermogen van het instrument tot toonglijdingen op. Filmstudio's in Bombay en Calcutta begonnen in de jaren 1930 lapsteelgitaristen in te huren voor achtergrondmuziek; de zuchtende, buigende klank van het instrument paste bij het emotionele register van Hindi-filmliederen en was op honderden opnamen te horen onder de algemene aanduiding 'Hawaïaanse gitaar'. Deze vroege spelers gebruikten het instrument decoratief, niet als drager van de klassieke raga.
Het werk van Brij Bhushan Kabra in de jaren 1960 toonde aan dat de gewone gitaar de Hindoestaanse raga kon dragen via de techniek van het snaarbuigen, en Vishwa Mohan Bhatt breidde dit uit door meeklinkende en bourdonsnaren aan een gewone gitaar toe te voegen om de Mohan Veena te scheppen, met wereldwijde erkenning door zijn met een Grammy bekroonde samenwerking met Ry Cooder in 1994. Deze ontwikkelingen toonden aan dat aangepaste gitaarvormen het Indiase klassieke terrein konden betreden, maar noch Kabra noch Bhatt bouwde instrumenten die van de grond af voor klassieke uitvoering waren ontworpen. Dat werk viel toe aan Debashish Bhattacharya, die in de jaren 1970 de Hawaïaanse slidegitaar begon te bestuderen en twee decennia met zijn bouwer aan instrumenten op maat werkte, waarbij hij elke beperking aanpakte die de gewone Hawaïaanse gitaar de ragamuziek oplegde.
De drie instrumenten van Bhattacharya (de Chaturangui, de Anandi en de Gandharvi) kwamen voort uit dit ontwikkelingsproces en kregen erkenning van Hindoestaanse klassieke autoriteiten, waaronder Pandit Ravi Shankar, die Bhattacharya's aanpak steunde en met hem optrad. Bhattacharya trad op grote internationale festivals op, nam op met klassieke en jazzmusici en vestigde de Indiase slidegitaar als een volwaardig concertinstrument dat tot volledige raga-uitwerking in staat is. Zijn leerlingen zetten de traditie voort in India en daarbuiten. Het instrument neemt een andere plaats in dan de Mohan Veena: de Mohan Veena is een aangepaste gewone gitaar; de instrumenten van Bhattacharya zijn op maat gebouwd, uitdrukkelijk ontworpen voor de Indiase klassieke muziek.